In het gezellige centrum van Goreme een lekker stukje gegeten, klep gedronken, laatste maal naar onze Spaanse favoriet gekeken en naar ons paradise gegaan en verslag geschreven. Vermoedelijk daar ook ons laatste kleppen gedronken zonder problemen. Op ons terras krijgen we van onze gastheren nog wat walnoten. Dit alles onder dreigende wolken en een opkomende wind.

Opgestaan, laatste maal ons standaard (lees zeer basic) paradise ontbijt tot ons genomen, de steile helling af en dan toch weer onder die koperen ploert verder richting Oosten. Zoals gebruikelijk eerst weer eens de verkeerde kant opgedraaid.

20 Kilometer verder veranderd de natuur drastisch. Andere rotsformaties en de bergflanken worden gebruikt voor graanteelt.

We naderen zo Kayseri, hoofdstad van Centraal Anatolie, en zien voor het eerst, na Istanbul, dat hier veel industrie is gevestigd. We rijden door Kayseri, wat, buiten de vele rode lichten, waar we telkens voorstaan, vrij vlot lukt.

Na Kayseri, klimmen we steeds verder tot het hoogste punt van vandaag, 1900 meter. Het is een hoogvlakte waar we rijden en dit gaat gepaard met stevige zijdelingse rukwinden. De banen zijn recht en eentonig. Af en toe zijn er weer van die kiezelbanen bij. God weet waarom ze die kiezel gebruiken, maar het rijdt verschrikkelijk.

Benzinestations worden ook schaars en als er dan al één is blijken ze daar geen benzine te hebben. Systeem van tanken in Turkije is ook een belevenis op zich. Aan elk benzinestation staat er bijna voor elke pomp een pompbediende. Bij aankomst tikt deze je nummerplaat in, tankt hem “vol”, geeft je een ticket met daarop je nummerplaat waarmee je dan moet gaan betalen. Daar krijg je dan je klassiek ticket hetwelk je dan aan de pompbediende moet laten zien voor vertrek. We hebben de indruk dat in Turkije voor iedereen een job wordt gecreëerd.

Na een 300 Km besluiten we om te stoppen in Darende waar we een hotel hebben gezien, Ten eerste zijn de hotels hier vrij schaars en den Ed is nog altijd niet op zijn plooi.

We checken in en den Ed pakt zijnen thermometer nog eens. Blijkt weer opgelopen tot 38.2. Wat Paracetamol gepakt en te bed gegaan. Zijn linkeronderbeen is rood, hard, gezwollen en verhit.

De luc verkent de omgeving en blijkt in dit voor ons godvergeten stuk Turkije toch wel ne Canyon te zijn. Het is een mooie kloof met snelstromend water. Ze hebben doorheen de kloof een wandelpad aangelegd en aan het begin ervan is er ook een waterval. Hogerop het riviertje, genaamd Thoma, kun je ook Raften.

Bij terugkomst is den Ed nog altijd niet bekomen. We besluiten medische hulp te zoeken. Geluk bij een ongeluk, is er toch geen splinternieuwe kliniek juist achter den hoek. De hotelmanager, perfect Engelstalig, verwittigd de kliniek en geeft de symptomen door. We begeven ons naar de spoed “ACIL” en komen bij Jaak Vermeiren terecht. Pas afgeven, efkens bekijken, en door naar één van de hokskes van den Acil. Alles loopt hier door elkaar, wie in godsnaam is er hier den dokter. Op zeker moment staan ze daar met een 6-tal, witte stoffrak, groene stoffrak, jeans, blauwe stoffrak. Eén van die zes, in Turks Engels (m.a.w. reikt niet verder dan Yes en No), voert het woord en wil weten wat de klachten zijn. Intussen zijn de anderen ook al druk aan het discussiëren wat den Ed nu heeft. Eén komt tot de analyse: Cellulitis. Algemene hilariteit. Uiteindelijk sturen ze ons eerst terug naar de Jaak, daar wordt de rekening gemaakt. Dit, na heel wat telefoontjes, tussenkomst van weer meerdere “dokters”, waarbij we af en toe “Toerist” horen vallen, blijkt 27,50 Turkse Lichtjes te kosten.

Den Ed krijgt een barcode en mag terug naar zijn kot. Daar krijgt em een infuus en wordt bloed getrokken. Een baxter (500 Ml) met een vloeistof lijkend op Elixir d’ Anvers. Ondertussen, het is zonsondergang, is de raketman daar weer en het kanonschot, ineens iedereen weg uit den Acil, en den Ed heeft dan maar een slaapke gedaan.

Hij wordt wakker als ze een kreunend oud vrouwtje binnenbrengen met haar gevolg, een zestal gesluierden duiken mee dat kotje binnen. Verplegend personeel heeft eigenlijk geen plaats meer, maar dat is hier blijkbaar heel normaal. Dien Acil is eigenlijk een echt duivenkot.

Naast den Ed brengen ze ook nog ne kleine binnen. Die was aan het janken en om hem te kalmeren kreeg die van zijn vader nen hoop petsen. Die zal nadien nog ander verzorging nodig hebben als waar em voor binnen kwam. Uiteindelijk na den baxter mag den Ed vertrekken. Uiteindelijk is hij ondanks alles toch goed geholpen. We hopen dat we morgen kunnen verder rijden naar NEMRUT DAGI.